Gelijk een reünie
Waarschijnlijk ben ik niets meer dan een uitgehakte strijd, een knots op fundament, vanzelfsprekender dan ooit tevoren. Niemand vecht meer voor mij. Behalve deze vuist. Op de keper beschouwd is het geen knuist voor geweld, het is gebalde strijd, geen vuist om te vechten, maar een hand voor het woord als wapen. Het wortelt nog […]